Als het UWV werkgever geen loonsanctie oplegt

en werknemer schade lijdt
Helderecht Hajo Coumou illustratie loonsanctie UWV

Ten onrechte niet opleggen van loonsanctie door het UWV en schade werknemer

Bijna iedere werkgever heeft of krijgt ermee te maken: een zieke werknemer die gedurende de eerste twee ziektejaren recht heeft op loondoorbetaling en de daarbij horende re-integratieverplichtingen. Tegen het einde van de loondoorbetalingsverplichting van twee ziektejaren, toetst het UWV of de werkgever voldoende heeft gedaan aan re-integratie.

Toetsing door het UWV

Voldoet de werkgever niet of onvoldoende aan die re-integratieverplichtingen, dan kan het UWV een loonsanctie (voor een periode van maximaal 52 weken) opleggen. De loondoorbetalingsverplichting wordt daarmee tot maximaal één jaar verlengd. Het komt voor dat het UWV oordeelt dat er onvoldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht, maar dat zij vergeet de werkgever voor het einde van de wachttijd hierover te informeren. Het UWV kan dan geen loonsanctie meer opleggen. Hierdoor kan de werknemer schade lijden.

Schadevergoeding

Op 2 oktober 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) bevestigd dat het UWV gehouden is de schade die de werknemer door ten onrechte niet opleggen van loonsanctie lijdt, te vergoeden. De vraag is wat de schade is en hoe hoog die schadevergoeding dan moet zijn.

Voor de benadeelde werknemer is het vervolgens nog de vraag over welke periode hij aanspraak kan maken op schadevergoeding. De loonsanctie wordt immers opgelegd voor de periode van 52 weken, maar kan na herstel van de tekortkomingen in de re-integratie op verzoek van de werkgever nog vóór het einde van de termijn worden beëindigd.

Hoogte van de schadevergoeding

Voor de berekening van de hoogte van die schadevergoeding wordt rekening gehouden met de tijd die de werkgever nodig zou hebben om het gebrek te herstellen, er van uitgaande dat hij dit herstel zo snel mogelijk zou hebben gemeld én het UWV de loonsanctie dan zou hebben bekort.

Hoewel die termijn lastig is in te schatten, heeft de CRvB in 2012 (15 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX4618) daarom niet onredelijk gevonden dat aan een werknemer een schadevergoeding van (70%) tien maandsalarissen werd vergoed, zijnde de door het UWV berekende gemiddelde duur van alle in Nederland opgelegde loonsancties.

Met deze uitspraak had de CRvB derhalve bevestigd dat ongeacht de mate waarin een werkgever in gebreke is gebleven ten aanzien van diens re-integratieverplichtingen, de eventuele schadevergoeding verschuldigd door het UWV gelijk is aan 70% van het brutoloon over een periode van 10 maanden. Echter, het moet niet gaan om een administratieve loonsanctie, maar om een loonsanctie die zou zijn opgelegd op inhoudelijke gronden. Een administratieve loonsanctie (bijvoorbeeld onvolledig re-integratieverslag) is makkelijker en sneller te herstellen.

Periode waarover de schadevergoeding moet worden betaald

Op 9 december 2015 heeft de CRvB (9 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4248) zich opnieuw over die vraag, de periode waarover door werknemer om schadevergoeding kan worden verzocht, gebogen. In deze zaak moest volgens het UWV de periode waarover schadevergoeding moest worden betaald, worden gemaximeerd tot die tien maanden. De werknemer vond echter dat de periode niet gemaximeerd mocht worden, omdat hij meende dat de loonsanctie, als die zou zijn opgelegd, de maximale twaalf maanden (art. 25 lid 9 Wet WIA) zou hebben geduurd.  Tot dan toe nam de CRvB het door het UWV berekende gemiddelde duur van alle in Nederland opgelegde loonsancties als uitgangspunt, maar in deze zaak zag de CRvB aanleiding haar eerdere rechtspraak te heroverwegen. De CRvB overwoog dat het toepassen van algemene gemiddelden op een individueel geval ‘hypothetisch’ is en geen ‘uitsluitsel’ kan geven.

De resultaten uit het onderzoek van het UWV konden daarom volgens de CRvB niet langer dienen als afdoende onderbouwing voor het beperken van de loonschadeclaim tot tien maanden. De CRvB bepaalde vervolgens het volgende. Wil het UWV dat de periode waarover de werknemer aanspraak kan maken op schadevergoeding wordt verkort, dan zal het UWV dus aannemelijk moeten maken dat de loonsanctie, zou die zijn opgelegd, korter dan twaalf maanden zou hebben geduurd.

Met deze uitspraak stelt de CRvB derhalve dat de eventuele schadevergoeding verschuldigd door het UWV gelijk is aan 70% van het brutoloon over een periode van 12 maanden, tenzij het UWV aannemelijk kan maken dat de loonsanctie korter dan twaalf maanden zou hebben geduurd.

Heeft u vragen over arbeidsrechtelijke kwesties, dan kunt u uiteraard vrijblijvend contact met mij opnemen of met één van onze andere advocaten op telefoonnummer 055-5212491.

mr. Sule Karagan

 

Volg Helderecht op Linkedin en lees wekelijks de interessante blogs van onze advocaten.
De illustraties bij onze blogs worden getekend door onze eigen mr. H.C.J. (Hajo) Coumou.