De Wet Normering Topinkomen

Een wespennest?
Helderecht Hajo Coumou afbeelding illustratie advocaat WNT WWB wespen bijen

De Wet Normering Topinkomen (WNT), een wespennest?

Dat verschillende rechtbanken nogal eens anders aankijken tegen situaties die nagenoeg dezelfde lijken, is wel bekend. Ook in het kader van de Wet Normering Topinkomen (WNT) hebben de kantonrechters van Utrecht en Roermond in oktober 2017 op geheel eigen wijze beslist. In beide gevallen ging het om bestuurders van zorginstellingen. Wat was nu het geval?

Bij de kantonrechter in Utrecht ging het om de zorginstelling W. (uitspraak). Deze stichting stond vanaf 2014 onder verscherpt toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). In de arbeidsovereenkomst van de bestuurder was opgenomen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen opgezegd kon worden in geval van een duurzame verstoring van de arbeidsrelatie. Alvorens tot opzegging over te gaan, hadden partijen afgesproken om een Commissie van Advies en Bemiddeling in te stellen. De bestuurder wordt door de Raad van Toezicht op non-actief gesteld en ruim 6 maanden later komt het tot deze procedure. De uitspraak is vrij uitgebreid, maar kort gezegd komt het er uiteindelijk op naar dat de kantonrechter van mening is dat de stichting ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens de bestuurder. De kantonrechter verwijt de stichting dat de bestuurder gelegenheid had moeten krijgen om te reageren op ‘verontrustende signalen’. Ook wordt het de stichting aangerekend dat de Commissie van Advies en Bemiddeling pas is ingeschakeld, nadat zij het besluit had genomen om afscheid van de bestuurder te nemen. Er is niet ‘met’ de bestuurder, maar ‘om haar heen’ gepraat, aldus de kantonrechter.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, omdat een onwerkbare situatie is ontstaan, onder de volgende voorwaarden:

–          De opzegtermijn van 6 maanden wordt gehanteerd, waardoor de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2018 eindigt;

–          De transitievergoeding van circa € 154.000,- bruto wordt toegekend;

–          De billijke vergoeding van € 50.000,- wordt eveneens toegekend.

–          De periode van non-activiteit van ruim 6 maanden wordt in dit geval niet in mindering gebracht op de vergoedingen.

Aangezien de WNT over 2017 maximaal € 181.000,- bruto inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioenbijdrage van de werkgever bedraagt, valt de beslissing van de kantonrechter uit Utrecht dus (veel) hoger uit dan de maximale bedragen uit de WNT. De kantonrechter heeft enigszins rekening gehouden met de WNT, door de billijke vergoeding op € 50.000,- bruto te bepalen, waar de bestuurder om € 150.000,- bruto had verzocht.

In dezelfde periode heeft de kantonrechter in Roermond uitspraken gedaan in een zaak van twee bestuurders van zorginstelling D. In die zaken ging het om een beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de twee bestuurders, vanwege een onwerkbare situatie.

Beide bestuurders waren circa een half jaar inactief geweest, voordat de arbeidsovereenkomst eindigde door middel van een vaststellingsovereenkomst. In de ene zaak (uitspraak) had de bestuurder zich ziekgemeld in mei 2016 en duurde de arbeidsongeschiktheid ononderbroken voort tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Deze bestuurder maakte dan ook aanspraak op uitbetaling van 30 openstaande vakantiedagen.

In de andere zaak (uitspraak) had de bestuurder zich ook ziek gemeld in mei 2016, maar eind juli 2016 weer arbeidsgeschikt gemeld. Deze bestuurder maakte eveneens aanspraak op uitbetaling van 30 openstaande vakantiedagen en wilde daarnaast dat geen verrekening van het salaris over de inactieve zou plaatsvinden.

Deze kantonrechter overweegt als volgt:
De enkele omstandigheid dát er sprake is van een door partijen gesloten vaststellingsovereenkomst stelt de Wet normering topinkomens nog niet terzijde. Weliswaar biedt artikel 7: 902 Burgerlijk Wetboek (BW) de mogelijkheid van afwijking van ook dwingend recht, doch dat is vervolgens niet mogelijk indien inhoud of strekking van de vaststellingsovereenkomst in strijd komt met de goede zeden of de openbare orde. Door en met de Wet normering topinkomens is er dáár nu juist sprake van, aangezien die wet simpelweg geen ruimte laat en ook geen ruimte bedoelt te laten voor afwijking daarvan.”

In beide zaken beslist de kantonrechter dat de maximale beloning volgens de WNT van circa € 180.000,- geen ruimte overlaat voor betalingen van niet genoten vakantiedagen. In de zaak van de bestuurder die eind juli 2016 hersteld was gemeld, heeft de kantonrechter ook nog bepaald dat het salaris over de inactieve periode onderdeel uitmaakt van de maximale beloning volgens de WNT en dus hierop in mindering mag worden gebracht.

Conclusie

Voor beide kwesties geldt hetzelfde recht en dezelfde normen. Echter, elke zaak is uniek. Alle omstandigheden van het geval worden betrokken bij de beoordeling van de kantonrechter. Dit maakt dat de uiteindelijke beslissing anders kan zijn in situaties die op het eerste oog op elkaar lijken. Mocht u ook te maken hebben met de WNT, neem dan tijdig contact met één van onze specialisten op.