Een ontbindingsverzoek intrekken

mag dat?
Helderecht Hajo Coumou afbeelding illustratie advocaat ontbindingsverzoek intrekken rekest rechtszaal

Ontbindingsverzoek intrekken; mag dat?

Een ontbindingsverzoek intrekken. Mag dat? In een procedure bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch stond voormelde vraag centraal. De casus is als volgt.

Casus

Een werknemer, in dienst sinds 1 oktober 1979, valt in december 2014 uit vanwege ziekte. Na bijna twee jaar ziekte stelt de werkgever zich op het standpunt dat de werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet of onvoldoende nakomt. De werknemer weigerde om hem moverende redenen een belastbaarheidsonderzoek. Naar aanleiding daarvan heeft de werkgever de doorbetaling van het loon stopgezet en een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend bij de rechter. Volgens de werkgever had de werknemer ernstig verwijtbaar gehandeld, zodat de werkgever bij het einde van het dienstverband de werknemer geen transitievergoeding verschuldigd was (artikel 7:673 lid 7 onder c BW).

Oordeel eerste aanleg

De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsrelatie, maar oordeelde dat er geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer en kende derhalve de werknemer wel de transitievergoeding toe van, in dit geval, € 74.312,– bruto. Daarbij heeft de kantonrechter de werkgever in de gelegenheid gesteld het ontbindingsverzoek voor 12 december 2016 in te trekken. Van deze mogelijkheid heeft de werkgever gebruik gemaakt. Het dienstverband bleef derhalve voortduren.

Hoger beroep

De werknemer stelt in hoger beroep dat de kantonrechter de werkgever niet de mogelijkheid had mogen geven om het ontbindingsverzoek in te trekken. Volgens de werknemer ziet vergoeding in artikel 7:686a lid 6 BW uitsluitend op een billijke vergoeding en niet op de transitievergoeding. In artikel 7:686a lid 6 BW is bepaald dat wanneer een rechter voornemens is een ontbinding uit te spreken op grond van artikel 671b of 671c BW waaraan een   vergoeding   verbonden wordt, hij partijen hiervan in kennis stelt en de verzoeker de mogelijkheid biedt om binnen een bepaalde termijn het verzoek in te trekken. In de artikelen 671b en 671 c wordt alleen gesproken over de mogelijkheid om een billijke vergoeding toe te kennen. De artikelen spreken niet over de transitievergoeding, dat is in een ander artikel geregeld.

Het mag

Het Hof oordeelt dat in het geval van het toekennen van een billijke vergoeding de rechter verplicht is de verzoekende partij in de gelegenheid te stellen om het verzoek nog in te trekken. In het geval van het toekennen van een transitievergoeding bestaat deze verplichting niet voor de rechter, zo oordeelt het Hof. Dat betekent echter niet dat een rechter niet de mogelijkheid en de bevoegdheid heeft om dit wel te doen. Dit volgt volgens het Hof uit de Mediant arrest van de Hoge Raad. Een voorwaardelijke beschikking geven mag, tenzij het systeem van de WWZ zich daartegen verzet. Volgens het Hof had de kantonrechter in dit geval voldoende reden en aanleiding om een voorlopige beschikking te geven.

Geen strijd met redelijkheid en billijkheid

Ten overvloede merkt het Hof nog op dat het gebruik maken van de intrekkingsmogelijkheid door de werkgever niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. De werkgever kiest voor voortzetting van het dienstverband. Daar is niets op tegen, zeker niet wanneer wordt bedacht dat de werknemer in eerste aanleg zich heeft verzet tegen de ontbinding. Dat er nu sprake is van een slapend dienstverband zodat de werkgever geen transitievergoeding behoeft te betalen, maakt dit niet anders. In eerdere arresten van gerechtshoven is immers al bepaald dat het bewust slapend houden van een dienstverband niet als slecht werkgeverschap kan worden aangemerkt.

Redelijke uitkomst?

Het hoger beroep van de werknemer op dit punt faalde dus. Het dienstverband blijft bestaan en de werkgever behoeft de transitievergoeding (nog) niet te betalen. Mijns inziens is dit een redelijke uitkomst. Onder het oude recht had de verzoekende partij ook de mogelijkheid om het verzoek in te trekken wanneer een ontbindingsvergoeding werd toegekend. Ik heb niet de indruk dat de WWZ ten aanzien van dit punt een wijziging heeft beoogd. Het is echter uiteindelijk aan de Hoge Raad om te bepalen of het Gerechtshof de juiste uitleg bezigt.

Heeft u vragen? Neem contact op met één van onze specialisten. Wij zijn bereikbaar op telefoonnummer 055-5212491 of via info@helderecht.nl.

Volg Helderecht op Linkedin en lees wekelijks de interessante blogs van onze advocaten.
De illustraties bij onze blogs worden getekend door onze eigen mr. H.C.J. (Hajo) Coumou.